Voorplanting

Caviazeugjes staan gemiddeld eens in de zestien dagen een dekking van een beer toe. Veel zeugjes maken tijdens of net voor hun vruchtbare uren typische knorgeluidjes, die je beslist zult herkennen, aangezien ze afwijken van de geluidjes die ze normaal gesproken maken. Zet het zeugje altijd in het verblijf van de beer, en niet andersom. Je kunt aan de reactie van de dieren opmaken of het zeugje in haar vruchtbare periode is. De draagtijd is ongeveer 65 tot 70 dagen.

 

Je kunt de beer bij het nest laten, maar de meeste fokkers houden zwangere zeugjes apart, omdat ze zich vrij snel na de geboorte van hun jongen opnieuw laten dekken. Het dragen, werpen en zogen van een nest jongen eist heel wat energie en het is beter om een zeugje slechts twee of hooguit drie keer per jaar een nestje te laten grootbrengen. Als ze voelbaar zwanger is, kun je haar het beste in een aparte kooi zetten, waar ze zich in alle rust kan voorbereiden op de bevalling. Laat haar tijdens de zwangerschap zo veel mogelijk met rust. Probeer te vermijden dat ze gestresst raakt, aangezien stress kan leiden tot het vroegtijdige afstoten van haar jongen. Probeer optillen tot een minimum te beperken en doe dit altijd héél voorzichtig, zonder druk op de buik uit te oefenen.

 

Bij veel cavia’s verloopt de geboorte gelukkig vrij soepel, maar er kunnen ook problemen ontstaan. Caviababy’s zijn namelijk relatief groot bij hun geboorte; ze wegen dan gemiddeld 90 gram. Caviamoeders die hun eerste nest pas krijgen als ze ouder zijn dan 12 maanden, kunnen in barensnood komen. Bij dieren vanaf deze leeftijd zijn de bekkenbeenderen namelijk niet meer zo soepel als bij jongere dieren, wat de doorgang van de relatief grote jongen kan belemmeren. De beste resultaten worden behaald met moederdieren die hun eerste nest krijgen voordat ze elf maanden oud zijn, maar niet jonger dan een half jaar. Als ideale leeftijd voor een eerste nestje wordt een leeftijd van acht tot negen maanden aangehouden.

 

Cavia’s krijgen gemiddeld twee tot vier jongen. Deze zijn bij de geboorte een miniatuuruitgave van hun ouders: ze zijn volledig ontwikkeld en kunnen vrijwel direct lopen. Ze zijn behaard, hun ogen zijn open en ook het gebit is al ontwikkeld. Binnen een paar dagen knabbelen ze al wat mee van het voer. Afhankelijk van de ontwikkeling van de jongen kunnen ze op een leeftijd van vier tot vijf weken apart van het moederdier gezet worden. Scheid dan ook de beertjes en de zeugjes van elkaar, zodat jonge zeugjes niet onverhoopt op een veel te vroeg tijdstip gedekt worden. Veel cavia’s zijn namelijk op een leeftijd van twee maanden al in staat om voor nageslacht te zorgen, maar ze zijn op die leeftijd nog lang niet volgroeid.