Geschiedenis

Cavia’s vinden hun oorsprong in Zuid-Amerika, waar ze door de Inca-bevolking al min of meer als huisdier gehouden werden, nog voordat de Europeanen dit continent veroverden. Op het moment dat de Spanjaarden in het begin van de 16e eeuw het continent -en daarmee de cavia- ontdekten, troffen ze deze dieren in en rond de huizen van de bevolking aan; ze waren al min of meer gedomesticeerd.

 

Er kwamen naast de oorsprokelijke kleur goudagouti al verschillende andere kleuren voor en de dieren waren redelijk tam. Naar alle waarschijnlijkheid hebben de Inca’s hun cavia’s ter consumptie gehouden. Tot op de dag van vandaag is caviavlees in Zuid-Amerika een delicatesse; het staat nog steeds op de menukaart in deze contreien. Daarnaast hielden de Indianen cavia’s om ze te offeren aan de talrijke goden. Het is niet bekend of de Inca’s hun cavia’s ook als huisdier hielden, maar aangezien kinderen over de hele wereld geïnteresseerd waren en zijn in dieren, zullen er vast wel enkele door kinderen als speelkameraadje gehouden zijn.

 

Waneer de cavia in Europa terecht gekomen is, vertelt de geschiedenis ons niet precies. De berichten hierover spreken elkaar tegen; sommigen beweren dat de eerste cavia’s al begin 16e eeuw door de Spanjaarden werden meegenomen, anderen denken dat de Engelse zeevaarders ze veel later in Europa introduceerden. Het staat in elk geval vast dat deze dieren aan het begin van de 18e eeuw in verschillende landen in Europa gehouden werden. De Europeanen zagen weinig heil in het vlees van de cavia’s; ze hadden de beschikking over veel grotere vleesleveranciers zoals runderen en varkens, die destijds in Zuid-Amerika niet voorkwamen. De meeste cavia’s kwamen in laboratoria terecht, maar ze maakten ook hun opmars als geliefd huisdier voor kinderen. Omdat deze diertjes ‘uit den vreemde’ kwamen -en dus bij voorbaat al bijzonder waren- , waren ze erg duur en konden alleen rijke mensen ze aanschaffen. Verder is bekend dat ze als curiositeit op braderieën en kermissen werden tentoongesteld. Het zijn vooral de Engelsen geweest die zich op het fokken van deze dieren hebben toegelegd. Bekend is dat er in de 19e eeuw in Engeland al tentoonstellingen gehouden werden waarbij cavia’s op hun uiterlijk werden beoordeeld. De gebruikelijke benaming voor de cavia was destijds ‘guinea-pig’, of Guinees biggetje. De benaming ‘guinea-pig’ is in Engelstalige landen nog steeds in gebruik, maar de laatste tijd raakt ‘cavy’ steeds meer in zwang.

 

Inmiddels zijn cavia’s de meest gehouden en geliefdste knagers. De diverse kleuren waarin ze oorspronkelijk werden aangetroffen, zijn alleen maar uitgebreid. Ook zijn er inmiddels veel verschillende vachtstructuren en vachtlengten bekend.